de logica van geluk

Deze is speciaal voor jou, Chris… dank je.

Hoe schrijf je over geluk, zonder meteen pathetisch te worden. Ik werd door een goede vriend, die ook mijn verhalen leest, aangezet om daar eens over na te denken. Het toeval wil dat ik eerder (veel eerder) in de tijd al eens bij mijn zusje een boek in handen had gehad, van een ex-werknemer van Google, als ik het mij goed herinner, die dacht de formule te hebben gevonden. Natuurlijk werd het boek een bestseller, want drinken uit de magische fontein van welvaart, voorspoed en welbevinden willen we allemaal. Of er ook daadwerkelijk handvatten werden aangeboden, kan ik me niet herinneren. Wat ik me wel herinner, is dat zijn achtergrond noemenswaardig is. Hij had namelijk zijn zoon verloren. Een jongen die midden in het leven stond en van wie hij als vader afscheid heeft moeten nemen in veel te korte tijd, en op veel te jonge leeftijd.

'With My Hair on Fire' – mixed media 29 x 42 cm | 2020 | SOLD

'With My Hair on Fire' – mixed media 29 x 42 cm | 2020 | SOLD

(…) Je kind moeten begraven is volgens vrijwel iedereen met mij het ergste lot dat je kunt treffen als ouder, en ik kan me bij de pijn alleen maar een voorstelling maken. Ik kies ervoor dat niet te doen, want alleen al het idee brengt me op de knieën. Nu heb ik ook mijn portie verlies gekend en wil graag delen dat, behalve dat het hemelschrijend is, hartverscheurend en voor altijd een gemarkeerde plek zal innemen in de geschiedenis van je geheugen, het ook een magische gebeurtenis is — alle soorten verlies, bedoel ik daarmee. Om een of andere reden brengt ieder verlies mij dichter bij mezelf, ook het verlies waar een ander mee kampt trouwens, dan alleen in de gedaante van relativeringsvermogen. Je kunt zo opgaan in de futiliteiten van het leven, de alledaagse molen van het bestaan en daar dan de zwaarte voelen, frustratie over de herhaling ervan, moeite met de lichtpuntjes zien. Maar op zo'n moment van extreem verdriet, een onverwacht pijnlijke aankondiging, een machteloos moeten aanvaarden van een afscheid, staat in mij de tijd even stil en lijk ik mijn omgeving beter te zien, de momenten beter te herkennen.

Toen mijn goede vriendin te jong overleed, ik net uit een scheiding kwam en mijn vader op zijn ziektebed lag, was ik als tegendaad het leven ineens ten volle aan het leven. Je kunt het ook afleiding noemen, zeker. Maar ik herinner mij goed hoe die ene zeiltocht onvergetelijk werd. Door de omstandigheden, zag ik het flikkerende licht op de golven pas goed, de stralen die door het wolkendek gegoten werden alsof God er persoonlijk de hand in had gehad, lieten me verbijsterd achter, de lichte bries in mijn haren was even voelbaar geworden als het zinnenstrelende gevoel van iemand anders zijn hand op mijn huid, en mijn eigen geneurie werd naadloos opgenomen in de geluiden van de natuur om me heen, alsof het een symfonie was. Ik wil niet het treurige romantiseren en besef dat er nu mensen zullen opstaan, misschien zelfs de neiging hebben zich voor deze reflecties uit te schrijven, want hoe haal je het in je hoofd om de pijn van een ander op deze manier te bagatelliseren? Ik hoop dat je nog even bij me blijft, want dat is niet wat ik probeer te doen. De pijn is er, schrijnend, soms bijna ondraaglijk en vaak langdurig bij je, in golven van opkomende en afdalende intensiteit. Ik ga dat niet wegredeneren. Maar in de stille momenten eromheen lijk ik minder nodig te hebben en sta ik meer open voor de bijzondere wereld om me heen.

Misschien helpt een kleine situatieschets. Ik zit al twee weken in een ongemakkelijk gevoel. De hormonale schommelingen lijken momenteel even beslag op me te leggen en van tijd tot tijd word ik er ronduit zwaarmoedig van. Dan doet het oprecht pijn, de wanorde van de wereld om me heen, de moeite die het kost om met elkaar de verbinding te houden. En toch sta ik op scherp erdoor en heb ik het moment aangegrepen om op de sup de achterafkanaaltjes in te trekken en me te omringen met de natuur vanaf de andere kant (zo noem ik het vanaf het water). Er vlogen libellen met mij, zij aan zij, als vormden we een team, stronken van bomen staken aan de wal boven het water uit en omarmden de vele waterlelies die dankzij het ochtendgloren langzaam voor me opengingen. Waterjuffers doorkruisten het vlakke water vlak voor me langs, als dreven ze de spot met mijn logheid. Kleine rietzangers kwebbelden heen en weer en lieten me in stilte achter. Een ijsvogel dook over het water, draaide in de lucht waardoor ik zowel het vossenrood van zijn borst kon zien als het glimmende groen van zijn verenkleed op zijn rug. En later weer zo'n mooie langsnavelige visvanger, die laag bij het water haar dynamische vlucht maakte en ondertussen checkte hoe de visstand ter plekke was. En volledig onverwacht (ik zoek al de hele zomer naar ze) zag ik daar vier inieminie kleine zwart ontplofte meerkoetjes, met rode snaveltjes. Als ik ter plekke kon smelten, had ik het gedaan. Bramen voor het grijpen, de zon op mijn snoet, het vlakke water dat zich in beweging laat zetten door de voortstuwende kracht van mijn peddel en ik. Serene momenten die vaker volledig tot me komen als ik de zwaarte van het leven aanvaard, de leegte voel, het verdriet omarm. Het is geen troost, maar het is wel wat het is. En daar put ik dan voor een kort moment geluk uit. De lach op mijn gezicht na de aanblik van de jonge kuikentjes is nog minutenlang bij me gebleven en het was volledig gratis, allemaal. De zon, het water, de mooie ongerepte natuur, de natuurwezens erin en ik.

Terug naar die man met zijn formule, waarmee ik begon. Mo Gawdat heet hij — ooit topman bij Google, een ingenieur die geluk aanpakte zoals je een vergelijking oplost, en die zijn model op papier zette in de weken nadat hij zijn zoon Ali had verloren. Dat is toch amper te bevatten: dat hij precies op dat moment, ondergedompeld in rauw verdriet, zijn pen oppakt. In zijn zoektocht naar de oplossing, de bevrijding van zijn verdriet, kwam hij uit bij het volgende: geluk is niet hóé goed het leven is, maar hoe het zich verhoudt tot wat je ervan verwachtte. Werkelijkheid min verwachting. En de neurowetenschap, die er los van hem een heuse vergelijking bij bouwde, zegt precies hetzelfde: we zijn niet gelukkig als het goed gaat, maar als het beter gaat dan we dachten.

Dat was dus precies wat er met mij gebeurde op dat onbewaakte moment op het water. Ik vertrok met een hoofd vol zwaarte, zonder enige verwachting, geen fontein om uit te drinken. Ik kwam met lege handen. Gekscherend zeg ik dat wel eens tegen betweterige optimisten. 'Je kunt maar beter van het slechtste uitgaan, dan kan het alleen maar meevallen.' Voor zover geluk meetbaar is, ook al probeert de wetenschap het nog zo hard, blijkt het in ieder geval uit ervaring dat deze het grootst is in de ruimte die je leeg laat. Het valt niet na te jagen, enkel te ontvangen.

Volgende
Volgende

HOLY MAN OF NATURE