DOCTRINE OF TIME

'Wat vliegt de tijd!' Ik kan me niet herinneren dat ik als twintigjarige die woorden ooit in mijn mond heb genomen. Nu voel ik ze om de haverklap op het puntje van mijn tong liggen. Ik gebruik ze nog steeds niet, vind ze de lading namelijk niet dekken, maar zeg wel dingen in dezelfde strekking hoor, zoals: 'Waar is de zomer gebleven?' of 'Is dat kind nu alweer tien?' 'Time does a number on you.' Precies, die Engelsen hebben er weer een passendere uitdrukking voor. Dit geldt in ieder geval voor mijn ervaring ervan. De tijd neemt een loopje met je, in de maling, als je even niet op zit te letten, pfooeeh, weg is de tijd om enkel aan terug te kunnen denken als een herinnering. Anderzijds kun je ook vastzitten in de tijd. Dat gebeurt me net zo vaak. Dan lijkt het moment maar niet te verstrijken. Clichématig ga je dan denken dat je er blijkbaar niets aan vindt op zo'n moment. 'Time flies when you're having fun!' Maar die vlieger gaat niet helemaal op. Het is niet enkel de vervelend ingerichte tijd die vooruit kruipt als een slak. Het is eerder het onvoorspelbare karakter van de tijd en de individuele ervaring, die zeer uiteen kan lopen.

Doctrine of Time’ - mixed media 29,5 x 42 cm | 2020

(…) De tijd kan ook als een keurslijf voelen, een opgelegd systeem waardoor er allerlei verplichtingen ontstaan, deadlines, zogenaamde ritmes ingegeven puur door de kloktijd. 'Te laat…' voelt principieel teleurstellend… jíj als persoon hebt de tijd niet goed in de gaten gehouden. Oh ja, dat gegeven op zich is wat mij betreft ook een ding. Is het daadwerkelijk de bedoeling dat we de tijd in de gaten houden? Je schiet er toch acuut van in een kramp. Maar er zijn mensen die nogal uit hun plaat gaan, of er in ieder geval stiekem wat van vinden, als jij zo iemand bent die de tijd met regelmaat laat passeren zonder enig besef ervan. Nu ga je denken: die Xandra is er zo een. Die onaangepaste dromer laat iedereen maar gewoon hangen in de tijd. Want dat is wel wat het is als jij te laat komt en vervolgens de tijd van een ander zit te verdoen met wachten op jou. Nou nee dus. Niet dat het me incidenteel niet eens overkomt, maar dan voel ik me er oprecht vervelend over. Nee, ik ben dus een van die types die eerder te vroeg komt dan te laat en dan mijn eigen tijd verspilt aan wachten. Sadomasochisme is het. Wat maakt de tijd van die ander dierbaarder dan die van mij? Zeg nou zelf ;-)

Maar even serieus nu. We zitten er mooi mee opgescheept, met die tijd en met het verstrijken ervan ook. Het maakt de vergankelijkheid mogelijk (en wat hebben we een pesthekel aan ouder worden), het verstrijken van de seizoenen (voor alles komt een tijd, dus ook voor de herfst, lieve mensen…), het groeien van besef en bewustzijn (ignorance is bliss, zeggen ze toch?). Nu lijkt het net alsof ik tijd liever door het putje zou gieten, weg ermee… Maar meer dan dat wens ik dat ik tijd minder rigide zou mogen beleven.

Joke Hermsen (1961), romanschrijfster én filosofe, heeft er een mooi boek over geschreven: 'Stil de tijd', waarin ze de kloktijd afzet tegen de innerlijke tijd — dus jouw persoonlijke ervaring van de tijd. Een boekje dat wat mij betreft zeer de moeite waard is, vooral als je wilt onderzoeken hoe je de tijd kunt pakken (bij zijn lurven) op het meest geschikte moment. Wanneer is dat dan, vraag je je waarschijnlijk af, of hoe kom je daarachter? Kairos. Dat geef ik je mee, en genoeg redenen om Joke te gaan lezen als je werkelijk het antwoord erop wilt. Kleine tip van de sluier… In het Westen heeft de chronos — de objectieve, universele, mathematische tijd van gelijke eenheden — de kairos verdrongen. Tijd is geld. Hermsen neemt het daarom op voor de kairos, de tijd als 'het juiste ogenblik', omdat we niet meer toekomen aan rust, verveling, aandachtig luisteren en onbekommerd wachten — precies wat essentieel is voor het binnenlaten van de muze en het borrelen van creativiteit.

Eerder al eens, in de reflectie 'cyclisch leven', hebben we de Japanners aangehaald, die een seizoenstijdsysteem hadden. (Let op de verleden tijd.) Hun dag werd in twaalf delen (toki) verdeeld: zes van zonsopgang tot zonsondergang, zes van zonsondergang tot dageraad. Omdat de zomerdag lang is en de winterdag kort, verschilde de lengte van elk uur per seizoen, waardoor een zomers uur overdag langer duurde dan een winters uur. Japanse klokken, wadokei genaamd, werden op ingenieuze wijze bijgesteld omdat de uurlengte iedere twee weken veranderde. Uiteindelijk zijn ook zij in de pas gaan lopen (oftewel: hebben ze zich aan westerse maatstaven aangepast). Nu gaan ze prat op hun stiptheid en getuigt het van deugdelijkheid. Zo zie je maar weer hoe cultureel bepaald die beleving van tijd is. De ene keizer eruit, de andere erin (met contacten over de grens, klaarblijkelijk) en hopakee, andere waarden, andere gebruiken. Mij zegt het genoeg over hoe belangrijk het is je eigen tijdsbeleving niet ondergeschikt te maken. Laat je niet opjagen door het tikken van de tijd (ken je die mechanische klokjes die je volledig knettergek maken met hun voortstuwende getik?). De innerlijke klok is waarop je mag koersen; al het andere is voor ons opgetrokken zodat we met zijn allen een geoliede motor worden waarop gerekend kan worden.

Augustinus (Belijdenissen, boek 11) concludeert dat tijd een 'distensie' (distentio) van de geest is: alleen het heden bestaat, maar het heden zelf heeft geen duur. Hij lost het op met drie tegenwoordigheden: 'het heden van het verleden' is herinnering, 'het heden van het heden' is aandacht, en 'het heden van de toekomst' is verwachting. Wat we meten is niet de buitenwereld, maar de indruk die dingen in ons achterlaten — 'in u, mijn ziel, meet ik de tijd'. En hij beschrijft de tijd als een pijnlijke versplintering van het zelf: 'ik ben verstrooid in tijden waarvan ik de orde niet begrijp'. Wat een bijzondere zienswijze. De tijd die een pijnlijke versplintering van het zelf is, duidt op eigen inbreng, iets wat met zichzelf in conflict is, en het raakt precies mijn 'vastzitten in de tijd' én 'wat vliegt de tijd'. De tijd is subjectief en wordt van binnen beleefd, niet op de wijzerplaat.

Tijd kun je op zoveel meer manieren dan één benaderen, en het is een fenomeen waar menigeen zijn hoofd over buigt. Toch heb ik hem (of haar, zeg jij het maar) tot mijn vriend gemaakt. 'Tijd heelt alle wonden' is namelijk waar. 'Geef het tijd' is een van de mooiste principes die ik mezelf cadeau heb gedaan sinds ik voorbij de veertig ben gevlogen en met ieder verstreken jaar meer en meer rust in mijn lijf krijg. Het doet wonderbaarlijke dingen met me, de tijd, mits ik er bewust mee omga. 'De tijd aan jezelf hebben' is waar het moment opgerekt kan worden en er kleine lichtjes opgaan in mijn hoofd, ideeën ontstaan. Niet voor niets worden de beste plannen gesmeed tijdens een wc-gang, het douchen of een lange wandeling. Daar is het namelijk waar de tijd genomen wordt (verplicht hier en daar, als het een lange toiletzit betreft ;-) En daar is het waar de stilte en de ruimte de creatiekracht van de mens ten volle tot uitdrukking laten komen. Daar is het ook waar 'de tijd' een geschenk wordt dat ik volledig omarm en ten volle uitput. En of die tijd gisteren, op dit moment of morgen is op de kalender, is voor mij ondergeschikt, als het maar aan mij is geweest om mee te doen naar believen en de mijne te maken.

Wat als jij de tijd zou kunnen oprekken, versnellen, uitbreiden? Op ‘Omaria’ (serie de Nachtreizigers) is dit mogelijk en meer… Durf je het aan?

Volgende
Volgende

de logica van geluk