Een mosterdzaadje
Monsieur Mosterdzaad
Een fragment
In het bos buiten Athene was het midden in de nacht, maar niemand sliep echt.
Op een bed van bloemen lag Nick Bottom, wever van beroep, met een ezelskop op zijn schouders. Hij wist het zelf niet. Hij wist alleen dat zijn vrienden gillend waren weggerend, en dat de mooiste vrouw die hij ooit had gezien nu naast hem lag en zijn lange oren streelde.
‘Mijn liefste,’ fluisterde Titania, de koningin van de elfen. ‘Wat wil je hebben? Muziek? Iets te eten?’
‘Een bosje hooi zou er wel in gaan,’ zei Bottom.
Ze lachte en riep haar elfjes. Erwtenbloesem. Spinnenweb. Mot. En de kleinste van allemaal, nauwelijks groter dan een zaadje: Mosterdzaad.
Bottom keek het elfje vriendelijk aan. ‘Goede meester Mosterdzaad, ik ken uw geduld maar al te goed. Die grote, laffe ossenbiefstuk heeft al heel wat leden van uw familie verslonden. En geloof me: uw verwanten hebben mijn ogen al vaak doen tranen.’
‘Wat is uw wens?’ vroeg Mosterdzaad.
‘Niets, goede monsieur. Alleen even mijn hoofd krabben. Ik ben zo’n gevoelige ezel: als mijn haar kietelt, móét ik krabben.’
Wat Bottom niet wist, was dat koningin Titania betoverd was. Dat ze ruzie had met de koning. En dat door die ruzie de rivieren buiten hun oevers traden en het koren op de akkers wegrotte, terwijl de boeren in de dorpen niet begrepen waarom.
Toen de zon opkwam, was de betovering voorbij. Titania was verdwenen. Bottom werd alleen wakker in het gras, met zijn eigen hoofd weer op zijn eigen schouders. Hij krabde zich achter zijn oor, verbaasd dat het zo klein was.
‘Ik heb een droom gehad,’ zei hij hardop, tegen niemand. ‘Een droom die het menselijk verstand te boven gaat.’ Hij schudde zijn hoofd. ‘Een mens is maar een ezel als hij probeert die uit te leggen.’
Naar William Shakespeare, A Midsummer Night’s Dream (ca. 1595), akte 2 tot en met 4.
Over dit verhaal
De bron
Dit fragment is een navertelling van stukken uit A Midsummer Night’s Dream (Een midzomernachtdroom) van William Shakespeare, geschreven rond 1595–1596 en voor het eerst gedrukt in 1600. Mosterdzaad (in het Engels Mustardseed) is een van de vier elfjes van Titania, samen met Erwtenbloesem, Spinnenweb en Mot. Hij komt voor in akte 3, scène 1, en in akte 4, scène 1. Wat Bottom tegen hem zegt, is vrijwel letterlijk Shakespeare.
Oorsprong en cultuur
Het stuk speelt in Athene en in het bos erbuiten, in één zomernacht. Vier jonge geliefden raken verdwaald, een groep ambachtslieden repeteert een toneelstuk voor het huwelijk van de hertog, en elfenkoning Oberon en koningin Titania hebben ruzie om een jongetje. Oberon laat Titania betoveren met het sap van een bloem, zodat ze verliefd wordt op het eerste wezen dat ze ziet: Bottom, die de ondeugende Puck net een ezelskop heeft gegeven. In akte 2, scène 1 beschrijft Titania wat hun ruzie aanricht in de mensenwereld: rivieren treden buiten hun oevers, het koren rot op het veld voordat het rijp is, de seizoenen raken in de war. De mensen lijden onder iets wat ze niet kunnen zien.
Het mosterdzaadje
Bottoms woorden tegen Mosterdzaad zijn een grap die het publiek van toen meteen begreep: in Engeland at men rundvlees met mosterd. De ‘grote, laffe ossenbiefstuk’ heeft dus al heel wat familieleden van het elfje verslonden, en die familie heeft Bottoms ogen vaak doen tranen, zoals mosterd dat doet. Zijn beroemde droom-monoloog aan het eind is ook een knipoog: Bottom verhaspelt daarin een tekst van Paulus (1 Korintiërs 2:9) over wat geen oog heeft gezien en geen oor gehoord. Het kleinste elfje, de grootste dwaas, en een droom die niemand kan verklaren.
Het mosterdzaadje reist
Het mosterdzaadje duikt in veel tradities op als het kleinste wat er is. In de Talmoed is ‘zo groot als een mosterdzaadje’ de maat voor de kleinst denkbare hoeveelheid. En in de Koran staat het voor de kleinste daad die toch wordt gewogen: ‘al was het maar het gewicht van een mosterdzaadje, Wij zullen het tevoorschijn brengen’ (soera 21:47, zie ook 31:16). Misschien komt dat nog het dichtst bij de vraag uit de column: of alles wat we doen, ergens wordt bijgehouden.
Verder lezen
- Akte 3, scène 1: Bottom ontmoet Mosterdzaad (Engels) · MIT Shakespeare
- Akte 4, scène 1: Monsieur Mosterdzaad en Bottoms droom (Engels) · MIT Shakespeare
- Over het stuk (Engels) · Folger Shakespeare Library