Een mosterdzaadje
Zo klein als een mosterdzaadje
Toen ze de berg afkwamen, hoorden ze het rumoer al. Onderaan stond een menigte, en middenin stonden de andere leerlingen, met lege handen en rode hoofden.
Een man maakte zich los uit de groep. Hij liet zich op zijn knieën vallen, vlak voor Jezus’ voeten.
‘Heer, heb medelijden met mijn zoon.’ Zijn stem brak. ‘Hij krijgt aanvallen. Hij valt in het vuur, hij valt in het water. Ik heb hem naar uw leerlingen gebracht, maar ze konden hem niet helpen.’
Jezus keek naar de leerlingen. Die keken naar de grond.
‘Breng hem hier,’ zei hij.
De jongen werd naar voren gebracht: mager, met schrammen op zijn armen van al die keren vallen. Jezus legde zijn hand op hem, en de jongen werd rustig. Zijn vader hield hem vast en liet hem niet meer los.
Later, toen de menigte weg was en ze met z’n allen bij het vuur zaten, durfde een van de leerlingen het te vragen.
‘Waarom konden wíj het niet?’
Jezus keek hen een voor een aan.
‘Omdat jullie geloof te klein is.’
Het bleef stil. Iemand pookte in het vuur.
‘Ik zeg jullie: als je geloof had zo groot als een mosterdzaadje…’ Hij hield zijn duim en wijsvinger bijna tegen elkaar; er paste nauwelijks iets tussen. ‘…dan kon je tegen deze berg zeggen: ga van hier naar daar. En hij zou gaan.’
De leerlingen keken naar de berg achter hen, zwart tegen de avondhemel. Daarna naar die bijna gesloten vingers.
‘Te klein,’ fluisterde er een. ‘Maar een mosterdzaadje is toch het kleinste wat er is?’
Jezus glimlachte. ‘Precies.’
Naar Matteüs 17:14–20.
Over dit verhaal
De bron
Het verhaal staat in het evangelie volgens Matteüs, hoofdstuk 17, verzen 14 tot en met 20. Matteüs werd in het Grieks geschreven, waarschijnlijk tussen 80 en 90 na Christus. Marcus (9:14–29) en Lucas (9:37–43) vertellen hetzelfde voorval, maar het zinnetje over het mosterdzaadje staat alleen bij Matteüs. In Lucas 17:6 zegt Jezus iets vergelijkbaars: daar gaat het om een moerbeiboom die zich in de zee zou laten planten.
Oorsprong en cultuur
Het voorval speelt in Galilea, in de eerste eeuw, direct na de verheerlijking op de berg (Matteüs 17:1–9), waar Jezus met Petrus, Jakobus en Johannes naartoe was gegaan. De andere leerlingen waren beneden achtergebleven. De aanvallen van de jongen heten in oudere vertalingen ‘maanziekte’; tegenwoordig worden ze vaak gelezen als epilepsie. In het verhaal lukt het de leerlingen niet, en hun vraag ‘waarom wij niet?’ is misschien wel de eerlijkste vraag uit het hele stuk.
Het mosterdzaadje
In Galilea groeide zwarte mosterd (Brassica nigra), met zaadjes van nog geen twee millimeter. ‘Zo klein als een mosterdzaadje’ was in die tijd een gangbare uitdrukking voor het allerkleinste. Jezus gebruikt het beeld ook in de gelijkenis van het mosterdzaad (Matteüs 13:31–32): het kleinste zaadje groeit uit tot een plant zo groot dat de vogels erin komen nestelen. In beide teksten gaat het om hetzelfde: het hoeft niet groot te zijn om alles te veranderen. Ons spreekwoord ‘geloof verzet bergen’ komt hier rechtstreeks vandaan.
Het mosterdzaadje reist
Het mosterdzaadje duikt in veel tradities op als het kleinste wat er is. In de Talmoed is ‘zo groot als een mosterdzaadje’ de maat voor de kleinst denkbare hoeveelheid. En in de Koran staat het voor de kleinste daad die toch wordt gewogen: ‘al was het maar het gewicht van een mosterdzaadje, Wij zullen het tevoorschijn brengen’ (soera 21:47, zie ook 31:16). Misschien komt dat nog het dichtst bij de vraag uit de column: of alles wat we doen, ergens wordt bijgehouden.
Verder lezen
- Matteüs 17 (Het Boek) · Bible Gateway
- Matteüs 13:31–32, de gelijkenis van het mosterdzaad (Het Boek) · Bible Gateway