reflecties
wekelijkse columns · bij elke column een van mijn werken
TAAL ALS DE WERKELIJKHEID
Ik kom er steeds vaker achter dat er, nog voordat ik mijn zin heb uitgesproken, aan de overkant al een vertaalslag is gemaakt. En als het niet bevalt wat hij — een van mijn twee mannen — gedecodeerd heeft, dan is daar al sprake van de Sjaak-afhaakmethode, en kun je het wel vergeten dat hij je gehoord heeft, laat staan begrepen.
Nu kan het zijn dat mijn zinnen te lang zijn; daar word ik actief van beschuldigd, plus dat ik uiteraard te voorspelbaar ben. Ik begrijp dat goed. Zodra ergens in de zin het woord opruimen valt, zijn beide al afgehaakt bij op… maar ik kan net zo goed opschuiven bedoelen, oppotten, opzetten, oppassen… afijn, je snapt het wel. Ze zijn getraumatiseerd, en nu kan ik geen enkel woord dat met op- begint meer toepassen, want dan valt hun systeem gewoon acuut uit. Er zijn meer van dat soort woorden. 'Heb je even tijd?' is ook zo'n zin, waar ze direct van achteruitdeinzen en een overvolle agenda veinzen. Het blijkt dat we sommige dingen gewoon niet willen horen — en geloof me, ik ben daar net zo schuldig aan.
We trappen er te vaak in, vooral als we een ander weer eens willen uitleggen waarom iets is zoals het is, wat ons gevoel is, wat er daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. We gebruiken taal alsof die de werkelijkheid exact kan duiden, maar als we het goed onder de loep zouden nemen, groeit waarschijnlijk het besef dat taal slechts een instrument is — en soms een hele gebrekkige ook nog eens. Psychologen noemen dat naïef realisme: het idee dat wij de wereld zien zoals hij écht is, en dat wie het anders ziet dus wel onwetend of bevooroordeeld moet zijn — want als mijn woorden de werkelijkheid zíjn, dan moeten die van jou wel dwaling zijn. (…)
'Lost in My Head' – tekening 32 x 24 cm | 2021
De Socrates Manier
Ik stink er helaas soms in. Iemand stelt me een vraag en ik word zó enthousiast van het onderwerp dat ik honderduit aan het praten ben en pas na het afscheid me besef dat ik geen enkele vraag heb gesteld; dat ik vooral zelf heel veel aan het woord ben geweest; dat het zelfs zover ging dat ik (in datzelfde enthousiasme) het beetje feedback dat ik kreeg ook nog eens halverwege onderbroken heb om het 'aan te vullen', een vergelijkbare situatie te schetsen of bevestigend te zijn met een eigen verhaal erbovenop. Ik heb oprecht het gevoel dat ik de ander op deze wijze op zijn of haar gemak stel, omdat ik een stukje herkenning en blijk van begrip teruggeef. De bedoelingen zijn helemaal niet slecht, maar in de realiteit komt het erop neer dat ik op die momenten weinig ruimte laat voor de ander om mij hun verhaal te vertellen, zonder dat ik mijn kleurenwaaier ernaast houd. (…)
‘Each Layer Reveals it’s own Truth’ - digital graph art 25 x 17 cm | 2013