Iedere week schrijf ik een persoonlijke column over waar jij en ik zoal tegenaan lopen — eerlijk, met een filosofisch randje en af en toe een glimlach. Benieuwd? Laat je emailadres achter, dan ontvang je wekelijks van mij een reflectie.
TAAL ALS DE WERKELIJKHEID
Ik kom er steeds vaker achter dat er, nog voordat ik mijn zin heb uitgesproken, aan de overkant al een vertaalslag is gemaakt. En als het niet bevalt wat hij — een van mijn twee mannen — gedecodeerd heeft, dan is daar al sprake van de Sjaak-afhaakmethode, en kun je het wel vergeten dat hij je gehoord heeft, laat staan begrepen.
Nu kan het zijn dat mijn zinnen te lang zijn; daar word ik actief van beschuldigd, plus dat ik uiteraard te voorspelbaar ben. Ik begrijp dat goed. Zodra ergens in de zin het woord opruimen valt, zijn beide al afgehaakt bij op… maar ik kan net zo goed opschuiven bedoelen, oppotten, opzetten, oppassen… afijn, je snapt het wel. Ze zijn getraumatiseerd, en nu kan ik geen enkel woord dat met op- begint meer toepassen, want dan valt hun systeem gewoon acuut uit. Er zijn meer van dat soort woorden. 'Heb je even tijd?' is ook zo'n zin, waar ze direct van achteruitdeinzen en een overvolle agenda veinzen. Het blijkt dat we sommige dingen gewoon niet willen horen — en geloof me, ik ben daar net zo schuldig aan.
We trappen er te vaak in, vooral als we een ander weer eens willen uitleggen waarom iets is zoals het is, wat ons gevoel is, wat er daadwerkelijk heeft plaatsgevonden. We gebruiken taal alsof die de werkelijkheid exact kan duiden, maar als we het goed onder de loep zouden nemen, groeit waarschijnlijk het besef dat taal slechts een instrument is — en soms een hele gebrekkige ook nog eens. Psychologen noemen dat naïef realisme: het idee dat wij de wereld zien zoals hij écht is, en dat wie het anders ziet dus wel onwetend of bevooroordeeld moet zijn — want als mijn woorden de werkelijkheid zíjn, dan moeten die van jou wel dwaling zijn. (…)
'Lost in My Head' – tekening 32 x 24 cm | 2021
Rechtvaardigheid
Een groot rechtvaardigheidsgevoel klinkt bij uitstek als iets nobels, als iets wat gerechtvaardigd is, vind je niet? Zo sta ik er ook in en mijn kind en ik hebben beide precies dat. Een enorm groot rechtvaardigheidsgevoel. Maar de laatste tijd vraag ik me meer en meer af: wat houdt dat rechtvaardigheidsgevoel precies in? Wanneer heb je het en wanneer is het ook echt gerechtvaardigd om je erop te beroepen? In welke mate ook vooral.
Als ik namelijk eenmaal denk dat ik in mijn recht sta, aan de goede kant van het verhaal, dan graaf ik me als een pitbull in om de onderste steen boven te krijgen. Ieder detail, iedere observatie, iedere nuance moet aan bod komen en elk woord wordt door mij persoonlijk gewikt en gewogen. In dat proces vraag ik veel van een ander. Mij op zo'n moment proberen te volgen is voor vrijwel niemand haalbaar, want ik beweeg me als een forensisch rechercheur door het argument heen. Mij onderbreken heeft weer heel andere gevolgen, want ik heb de totale, voor mij complexe situatie bij lange na nog niet op tafel, dus even doorbijten nog. Ja, en dan rijst de vraag of met de fijne kam erdoorheen gaan je ook daadwerkelijk bij dat recht gaat brengen, nog voordat de ander instort van vermoeidheid en zijn of haar zenuwstelsel helemaal overspannen is geraakt. 'Agree to disagree' lijkt een zoveel volwassenere benadering van dit soort onenigheden.
‘Protecting’ mixed media | 21 x 30 cm | 2023