EEN ANDER SOORT BEDRADING

ADHD | ADD

Ik heb besloten de koe eens bij de horens te vatten, want je kunt er niet meer omheen. De media staan er vol mee, bij ons thuis is het gespreksonderwerp, en op het schoolplein hoor ik kleine kinderen het woord ADHD net zo eenvoudig in de mond nemen als 'six-seven' (TikTok-trend, speciaal bedoeld om ouders volledig gek te maken). Vrijwel iedereen heeft het tegenwoordig, zo lijkt het.

En eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik ook even dacht dat ik het had. Mijn kind denkt al geruime tijd dat hij het heeft, wat we te danken hebben aan de sympathieke maar intense cabaretier Jochem Myjer, die hier regelmatig via Spotify door de speakers knalt (en als ik zeg 'knalt' overdrijf ik op geen enkele manier. Schijnt ook een ADHD-dingetje te zijn, veel en harde geluiden maken. Yep. Vinkje). Mijn man draagt, mede dankzij mijn huis-, tuin- en keukendiagnose, nu ook het label ADD. Zo heeft mijn hele gezin zich 'anders' verklaard en bewegen we volledig mee met de trend ;-)

Mixed-media werk 'Colored Spider in a Web' van Xandra Dupper: een kleurrijke spin in een web van draden

'Colored Spider in a Web' – mixed media 24 x 34 cm | 2021

(…) Als het om mijn kind gaat, wordt het trouwens door de omgeving flink bevestigd hoor. Eigenlijk zeggen anderen het eerder dan wij, en dan bevestigt mijn zoon het met een luidruchtige ja, wat hij vervolgens tien keer herhaalt. (Herhaling, ook zo'n ADHD-dingetje: check!) Slecht gehoorzamen ('niet' is ook een woord) is ook zo'n symptoom. (Bij dezen aangevinkt.) Met zijn Oost-Indische gehoorgangen en zijn impulsieve gedrag (check) zit je al vrij snel in de problemen, en wat krijgen we als advies (van mensen die ervoor geleerd hebben): 'doe hem lekker bij een scoutingclubje, daar hebben ze veel structuur en is het jongetje binnen no time strak in het stramien.' ('Ha, niet dít jongetje', dacht ik er nog bijna trots achteraan.) En wat bleek? Wij krijgen na het grote zomerkamp van de leiding te horen… dat we het kind misschien eens moeten laten testen, want hij was NIET te reguleren. Wel lief hoor tegen andere kinderen (pffff, dat is een fijne nuance), maar over de grenzen heen, werkelijk de HELE tijd. 'Ach', zeiden wij, terwijl we elkaar theatraal aankeken alsof we water zagen branden, 'meent u dat nou. Dat doet mijn kind anders nooit.'

Nee, maar even serieus nu. In alle ernst hebben we ons vreselijk ongerust gemaakt over de kampleiding op het moment dat we onze zoon die bewuste dag afgeleverd hebben. Over onze jongen evenzo. Had zijn kant op niet gehoeven. Hij kwam thuis met exact dezelfde kleding en onderkleding waarmee hij vertrokken was, een bruine snoet, haar rechtovereind, een lach van oor tot oor, en had het vreselijk naar zijn zin gehad (even een veer tussen de billen van de organisatie van deze club, want wat hebben zij er een feest van gemaakt, ongelofelijk!). Hij zou daar nog WEKEN kunnen vertoeven, zoveel lol had hij gehad. Geen van de vrijwillige leiding zou daarvoor getekend hebben, geloof me. Alleen al een suggestie in die richting houden we wijselijk voor ons, om een naderende zenuwinzinking van deze lieve mensen te voorkomen. Zij zitten nu thuis met hun eigen kinderen dankbaar te zijn voor alles, inclusief het herhaaldelijk niet doortrekken, de onderlinge ruzies, het niet opruimen achter de kontjes aan en het verzet bij naar bed gaan. (Relativeren is een deugd.)

Hè, hoor ik je denken. Wat vervelend om zo over je kind te praten. (Hij snapt sarcasme en ironie als de beste trouwens, maarre…) Ahum. Als ik dit aan hem voorlees, wat ik gerust doe overigens, dan verschijnt er een 'big smile' op zijn gezicht en kan ik het tellertje van zijn dopaminesysteem ter plekke zien stijgen. Ondeugend zijn, kattenkwaad uithalen, pranken, geef het beestje een naam, staat werkelijk HELEMAAL BOVENAAN zijn lijstje van favoriete dingen om te doen. Niet dat hij mensen daarmee wat aan wil doen, maar hij kickt enorm op heftige reacties, schrikeffecten, intense emoties (check, check, check), want 'ting, ting, ting, ting, ting, ting…', daar gaat zijn dopaminetellertje weer. Hij MOET kick-ass dingen doen, die anderen verrassen of wellicht niet goedkeuren, om een 'hit' te krijgen van dat spul. Dat spul waar anderen beter en vooral evenwichtiger mee bedeeld zijn. Anderen hoeven daarvoor niet zo hun best te doen. En dat maakt dat ik uitkom bij waar deze hele uiteenzetting eigenlijk om gaat. Hoe zorgen we ervoor dat deze lieve kleine man (origineel, supersociaal, zachtaardig, rechtvaardig, aanhankelijk, loyaal, knuffelig, creatief, grappig, dierenvriend, zorgzaam voor zijn oma, en nog veel meer mooie eigenschappen) en iedere andere thrill-seeker onder ons niet zo ontzettend hard zijn best hoeft te doen om zich net zo oké te voelen als de rest. Op dit gebied staat hij (staan zij, wij) steeds 2-0 achter. En dat voelt oneerlijk.

Wat blijkt. Het probleem zit hem vooral in de executieve functies, die op school tegenwoordig behandeld worden (yes!) als 'superkrachten' en allemaal een eigen animatie en terminologie hebben. Stopkracht bijvoorbeeld ontbreekt bij mijn kleine vriend volledig. Stop is een woord dat hij niet herkent, niet hanteert, niet uitgelegd wil krijgen, dat gewoonweg niet in zijn pakketje zit (nog niet!). Dat geldt ook voor startkracht (daar was ik vroeger zelf ook niet bepaald goed in). Terwijl hij kan lezen als een malle en geen discussie uit de weg gaat, inclusief ingewikkelde woorden, verbanden leggen, conclusies trekken en emoties verwoorden, kan hij de dingen die eenvoudig lijken eenvoudigweg nog niet. Hij loopt daarin achter.

Wat kinderen als hij nodig hebben is structuur. Een externe structuur kan na verloop van tijd geïnternaliseerd worden, en als deze consequent wordt doorgevoerd en duidelijke prioriteiten worden aangebracht, dan leert men op den duur deze basic skills en kan het kind zich wat prettiger in georganiseerde verbanden staande houden. Nu is de grap natuurlijk dat de ouders de uitgelezen personen zijn om deze structuur in het huishouden met zo'n kind aan te brengen, en daar blijkt ineens de appel nooit ver van de boom te vallen, want meestal is een van de ouders — of zijn ze allebei — daar dus óók niet zo goed in. Wat wel een mooie bijvangst is, is dat het kind in de praktijk mag ervaren hoe het ook anders kan, en dat ouders met eenzelfde soort gebreken het blijken te redden in het leven, gelukkig kunnen zijn, andere wegen bewandelen en er toch niet 'helemaal' als zonderling doorheen hoeven te sluipen. Althans, dat hoop ik dan maar. De wens is de moeder van de gedachte, toch?

En misschien moeten we eens kijken naar hoe anders we mogen en kunnen zijn (want dit stempeltje dragen velen, als ik de kranten mag geloven). Het label werkt uitstekend in gesprek met externe partijen, om te duiden, begrip te krijgen en hulp daar waar nodig, maar het mag geen identiteit worden. Het is niet wie mijn kind ís. Wat als we het gewoon 'anders' noemen? En waarom moeten we eigenlijk voor iedere bijzondere categorie een apart woord hebben? We hebben 'anders' in deze wereld werkelijk in alle schakeringen, ze noemen het ook wel diversiteit. Geweldig toch? 'We sluiten niemand uit', is het credo tegenwoordig.

De wat energieke 'anderssoortigen' hebben niet alleen valkuilen, maar ook kwaliteiten die op allerlei manieren ingezet zouden kunnen worden, mits de groep en de bijbehorende sociale regels dat toelaten. Deze kwaliteiten zijn onder andere superfocus, groot enthousiasme, brede interesse, humor, spontaniteit, improvisatietalent, nieuwsgierigheid, het durven vragen, veerkracht, creativiteit en associatief denken. We leven in een wereld met zoveel verschillende systemen die óns zouden moeten dienen. Ons, dat zijn wij allemaal toch? En ja, dat vraagt ook wat van ons, de anderssoortigen, in al onze variaties. Want de wereld hoeft natuurlijk niet een uitzonderingsmaatregel te treffen voor ieder anderssoortig wezen dat zich uitspreekt. We zouden veel meer in het algemeen oké kunnen zijn met het feit dat we allemaal uniek en een beetje anders zijn. Toch?

En op de valreep wat filosofische wijsheden, omdat het van toepassing is en ik nu eenmaal een speciaal plekje in mijn hart heb voor de oude denkers.

Aristoteles met zijn telos en de eik. Elk wezen heeft een eigen aard die tot bloei wil komen; opvoeden is niet vormen naar een mal, maar de juiste voorwaarden scheppen. Je vraagt een eikel niet om een rozenstruik te worden.

Nietzsches 'word wie je bent' — en ja, alweer vind ik wat hij te zeggen heeft zo passen bij mijn eigen gedachtegang (ook omdat het beter uitkomt natuurlijk). Hij koesterde een puur wantrouwen tegen de moraal die het levendige, het wilde temt tot iets braafs en bruikbaars.

Foucault over de disciplinerende instituties (school, kazerne, fabriek) die lichamen in het gareel brengen op vaste tijden in vaste banken. Dat bedoelde ik eerder. Kunnen we de grenzen wat oprekken zodat ook de uitersten erin passen? Dit gegeven sluit ook aan bij mijn stuk Doctrine of Time, waarin ik de kloktijd als keurslijf omschrijf. Mijn lieve zoon is hoogstwaarschijnlijk (eigenlijk met alle zekerheid) de meest kairos-gerichte persoon in huis, waarmee hij dus op zijn interne en zeer persoonlijke klok vertrouwt, maar niet per se oog heeft voor de tijd die we samen delen.

Volgende
Volgende

ENGELTJES