UITPRATEN OF ‘UITZWIJGEN’
De dagen leken aaneengeregen door onuitgesproken beschuldigingen, heen en weer. Beiden hadden we ons teruggetrokken, van schrik, uit angst. Het verdriet hing als een mantel over me heen, en ik kon nauwelijks verhullen dat ik met mijn ziel onder de arm liep. Wat voelde ik me onbegrepen, veroordeeld tot monster, waar ik enkel helderheid wilde verschaffen, een markering dacht te kunnen aanbrengen, de praktijk lichter te kunnen maken. Ik had enkel goede bedoelingen. Hij ook. Hij waardeerde die van mij niet.
Hier steekt het dilemma de kop op. Mijn bewustzijn zit vast in mij. Ik kan niet over de grens van mijn huid reiken en écht voelen wat daar, aan de andere kant (bij de ander) ervaren wordt. Zodra de omgeving verandert, kan ik er niet meer bij, is het niet meer tastbaar voor mij. Dan komen die gekke woorden om de hoek kijken, want zij zouden het transport moeten verzorgen van de in mij en in hem huizende emoties. Zij zouden de boodschap moeten kunnen overbrengen, maar doen het vaker niet dan wel. Voor mij is taal als verf op een abstract schilderij, waar flink expressief mee gekladderd mag worden. Voor hem is taal een precisie-instrument. Hij beweegt zich als een chirurg die maar enkele millimeters ruimte tot zijn beschikking heeft, waar hij met zijn instrumentarium doorheen moet om precies daar uit te komen waar het pijn doet.
‘Devil In Me’ - mixed media | 29 x 21 cm | 2019 - SOLD
(…) En dus gooi ik met verf, die aan alle kanten over het canvas heen loopt, en hij snijdt met een lens voor zijn rechteroog, precies daar, waar hij iets kleins weghaalt, maar iets groots laat zitten. Beide kanten op weinig efficiënt. Want als de toehoorder de woorden van de ander niet kan decoderen, wat heb je er dan aan? En hoe meer woorden er komen die verkeerd geïnterpreteerd kunnen worden, hoe groter de schade die aangebracht wordt.
Wat als je niet spreekt, maar in stilte bij elkaar komt, na een dispuut? Met de intentie er samen uit te komen. Wat als je eerst maar eens de kanten van elkaar verkent, die sowieso gewaardeerd worden en weinig woorden behoeven? Wat als je eerst samen lacht? Wat als je eerst elkaar eenvoudigweg aanraakt? Wat als je gewoon samen bent zonder verwachtingen, zonder dat goede gesprek, al die dingen die nog gezegd moeten worden, de overeenkomst die moet volgen… Wat als je het gewoon laat zoals het is, niet eens met elkaar zijnde, gekwetstheid geïncasseerd hebbende en onbegrepen voelende? Moeten we het altijd maar met elkaar eens zijn? Er zijn toch meer wegen die naar Rome leiden, ervan uitgaande dat je daar ook allebei naartoe wil?
John Gottman heeft duizenden stellen decennialang gevolgd en is als relatieonderzoeker tegen een conclusie aangelopen, die velen van jullie niet zo eenvoudig zullen omarmen. Hij beweert dat 69% van de conflicten blijven wat ze zijn, namelijk conflicten. Hij noemt het "perpetual", oftewel terugkerend en fundamenteel onoplosbaar. Het komt voort uit blijvende verschillen in behoeften en persoonlijkheid. De stellen die toch bij elkaar bleven, ondanks dit onoverkomelijke feit, waren de stellen die daarmee konden leven. Volgens hem gaat het er niet om of je het met elkaar eens wordt, maar om hoe je omgaat met het oneens zijn met elkaar. 'Agree to disagree', als uitgangspunt. Gesprekken zouden dan een andere loop nemen. In plaats van elkaar te overtuigen, kun je bespreken hoe je samen met de verschillen kunt omgaan. Leren ruimte te maken voor een andere mening dan die van jou, zonder overstag te gaan of dat te wensen van de ander. Het is een insteek die ik zeer inspirerend vind, ook als ik nadenk over wat het op grotere schaal zou kunnen betekenen.
Ed Tronick, een ontwikkelingspsycholoog (bekend om zijn "Still Face Experiment", even googlen), heeft ontdekt dat zelfs in de béste ouder-kindrelaties de afstemming maar zo'n 30% van de tijd aanwezig is. De rest van de tijd zitten we ernaast met elkaar. Hij geeft aan dat kunnen herstellen het op elkaar afstemmen overstijgt. Regelmatig zitten we niet op één lijn, maar hoe komen we daarna weer tot elkaar. Het goed kunnen herstellen na een breuk zou een relatie veel sterker maken dan nooit breuken te ervaren. Er ontstaat vertrouwen dat jij mag zijn wie je bent, ook als de ander er anders over denkt. Juist op zulke momenten ontstaat er verbinding. De ruzie is niet het falen. Het niet-herstellen is het falen.
Onderzoek naar aanraking laat zien dat een omhelzing van zo'n twintig seconden oxytocine vrijmaakt — het hormoon dat verbinding, vertrouwen en kalmte bevordert en het stresshormoon cortisol verlaagt. Aanraking communiceert bovendien emoties (troost, liefde, spijt) sneller en accurater dan woorden. Ik was niet zo ver van het pad af, toen ik besloot dat eerst bij elkaar zijn, elkaar aanraken, meer gedaan zou krijgen dan een verhit gesprek. En precies dit is wat ik in coronatijd het moeilijkste heb gevonden. De mensen die de aanraking zo nodig hadden en niet gekregen hebben. Terwijl genoeg onderzoek uitwijst hoe belangrijk het is voor regulering en daarmee stressreductie. Als we gaan kijken hoe goed stress ons immuunsysteem onderuithaalt, dan begrijpen we meteen hoe de maatregelen in coronatijd een contraproductief effect hebben gehad. (Maar dat even terzijde ;-)
Nog even een filosofisch perspectief als afsluiter. Ludwig Wittgenstein worstelde zijn hele leven met precies wat ik eerder omschreef: dat taal tekortschiet als transportmiddel voor wat er werkelijk in ons omgaat. Zijn beroemdste zin: "De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld." En de slotzin van zijn Tractatus: "Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen." Dat is geen capitulatie maar een erkenning: sommige dingen — het diepst gevoelde — liggen voorbij wat woorden kunnen dragen. Misschien dat het volledig uit mijn mouw geschudde "uitzwijgen" Wittgensteins goedkeuring zou hebben weggedragen.
De Vietnamese zenmeester, Thich Nhat Hanh, vatte het samen in één zin: "Het mooiste wat je iemand kunt geven is je aanwezigheid." Niet je mening, niet je analyse, niet je oplossing — je aanwezigheid. Hij leerde stellen een simpele mantra: "Ik ben er voor jou." Vijf woorden, geen argumenten. Het punt dat hij ermee wilde maken is dat elkaar begrijpen niet per se het product is van wederzijdse communicatie (oftewel het heen en weer gooien van woorden), maar veel meer van het er zijn voor elkaar. Precies dat. Niets meer en niets minder. Eerst aanwezigheid, dan begrip, dan pas — misschien, ooit — woorden.
De grap is dat ik, na het lezen van deze woorden en mijn ervaring, er ineens veel meer gerust op ben. Ik vind het een prettige gedachte: de wetenschap dat we voor bijna 70% niet op één lijn gaan komen, hij en ik, zij en ik, jij en ik, zij en wij. En de geruststelling zit hem erin dat dit dus nu niet meer hoeft en dat ik instinctief de juiste route heb bewandeld, door het onderwerp te laten rusten en gewoon samen te zijn. Het samen zijn is dat meer dan waard en het begint erop te lijken dat we anders een hoop tijd verspillen aan het trekken aan een dood paard. Ik geef me hieraan over en het verlicht mijn geest.
Iedere week schrijf ik een persoonlijke column over waar jij en ik zoal tegenaan lopen — eerlijk, met een filosofisch randje en af en toe een glimlach. Benieuwd? Laat je emailadres achter, dan ontvang je wekelijks van mij een reflectie. Doe gerust. Je kunt je eenvoudig weer uitschrijven.