't POTJE en 't DEKSELTJE

Hoeveel potjes hebben hun daadwerkelijke dekseltje gevonden? Steek allemaal je vinger op als je het dekseltje bent of het potje van de perfecte fit. Of rammelt het stiekem? Had het dekseltje ook prima op een ander potje gepast, óf is er wel degelijk een naadloze fit? Wat betekenen individualisme en monogamie eigenlijk voor de ontwikkeling van relaties, en veel belangrijker nog: wat betekent het voor ons geluksgevoel? Doen we het er goed op? Was het altijd al zo? Hoe gaat het bij de buren? En in de natuur? En betekent dit dat de mensen die gescheiden zijn van hun partner — in Nederland strandt ongeveer een derde van de huwelijken — dat zij (wij, ik hoor daar ook bij) relationele mislukkelingen zijn? Of zijn er verzachtende omstandigheden?

Als je eens wist hoe graag ik het antwoord wil hebben op deze vragen. Niet enkel omdat ik dan een geschiktere houding kan aannemen in mijn relatie, maar ook omdat ik het gevoel heb dat er iets te halen valt, voor de mensheid. (Pfff… hoe bedoel je, de lat hoog leggen.) Bij mij is namelijk gaandeweg het standpunt ontstaan dat yin en yang tezamen 'een en een is drie' zouden kunnen zijn. Dat we, mits we de puzzelstukjes op de juiste manier samenleggen, meer zijn dan de som der delen, en dat we er dan zijn, wij mensen. Dat we het dan eindelijk uitgevonden hebben. Hoe we heel kunnen zijn. Ben ik naïef? Is dit 'wishful thinking' van mijn kant?

‘Fertile’ - drawing 28 x 20 cm  | 2023, een abstract en gekleurde tekening van een bloem met twee koppen, gemaakt door Xandra Dupper

‘Fertile’ - drawing 28 x 20 cm | 2023

(…) De grap is dat Plato, onze welbekende Griekse filosoof, vrijwel de enige waar iedereen wel eens van gehoord heeft, mede dankzij zijn grotvergelijking, in zijn Symposium de blijspeldichter Aristophanes laat vertellen dat de mens van oorsprong vier armen en vier benen had, tot Zeus (de opperbaas van alle Griekse goden) hem in tweeën spleet en twee helften zich voortaan incompleet mochten voelen. Zij zouden de rest van hun leven op zoek zijn naar hun wederhelft. 'Soulmates', ook vast wel eens van gehoord. Exact die persoon voor jou, op zielsniveau. Het was slechts een grapje, een komische mythe, geen serieuze theorie van hem, maar het zet je aan het denken, toch? Er zijn genoeg mensen die ervan uitgaan dat die ene persoon, de ware, ergens rondloopt, en dat ze zich, als ze elkaar eenmaal gevonden hebben, eindelijk compleet zullen voelen en zielsgelukkig zullen zijn tot in de eeuwigheid.

We zijn groot geworden met de sprookjes van prinsen en prinsessen, waardoor we het volledig irreële idee hebben gekregen dat de liefde van ons leven ons geluk gaat schenken. Hij zal op een wit paard je redden van de draak, van de slechterik, uit de hoge toren waar je zelf niet uit kunt. De prinses als zelfredzaam persoon, die haar eigen geluk bepaalt en zonder prins ook prima uit de voeten kan — dat sprookje is in mijn jeugd aan me voorbijgegaan. En evenzogoed andersom hè, heren, waarbij het idee gewekt wordt dat júllie die prins op het witte paard moeten zijn. De druk die dat op je legt als eenvoudig manspersoon;-) Waar haal je het paard vandaan, en de moed bovendien? De prinses die prachtig moet zijn, perfect tot in iedere plooi van haar jurk, en de prins die moedig moet zijn en in de bres zal springen voor… Het zijn allemaal verwachtingen die onbedoeld wellicht gewicht hebben gelegd op hoe relaties zich vandaag de dag ontvouwen. Geen van beide partijen kan hieraan voldoen, en toch willen we graag het sprookje, het 'en ze leefden nog lang en gelukkig'. Krab je gerust maar even achter je oor, want het is precies dat: een sprookje. En de alledag ziet er compleet anders uit, met de rompslomp van alle saaie, met regelmaat terugkerende dingen die gewoon moeten gebeuren en waarover je meer dan eens met elkaar niet op hetzelfde spoor zit.

Ja, en terwijl je loopt te kissebissen over wie de dop niet op de tandpasta heeft gedraaid, ben je niet aan het opwarmen voor een lekker potje intimiteit. Waar of niet? Dus dat loopt ook hard achteruit en voor je het weet zit je elkaar aan te kijken en denk je: 'Is dit het nou? Is dit het sprookje waar ik van gedroomd heb?' Ja, de verwachtingen, mensen — die doen je de das om.

Het schijnt dat trouwen uit liefde in de hele mensheid een relatief nieuw idee is. Dat men er vroeger niets van moest weten, want de liefde stond alleen maar in de weg van iets dat eerder een zakelijke of op zijn minst praktische overeenkomst moest zijn. Historica Stephanie Coontz heeft er onderzoek naar gedaan — Marriage, a History: How Love Conquered Marriage — en stelt dat verliefdheid van alle tijden is, maar zelden in de geschiedenis werd gezien als dé reden om te trouwen. Ha! Ja, de romantiek doet het huwelijk de das om. Die zag je niet aankomen, hè? Ik ook niet hoor. Sterker nog: wie liefde als huwelijksgrond bepleitte, werd gezien als een bedreiging voor de sociale orde, en in sommige tijden en culturen achtte men ware liefde onverenigbaar mét het huwelijk. Coontz stelt dat toen het huwelijk in de negentiende eeuw het emotionele domein binnentrok, het als instituut ging lijden op precies het moment dat het als persoonlijke relatie begon te bloeien. Het huwelijk is dus niet slechter geworden — het is zwaarder belast. En de moderne variant daarvan vind je bij relatietherapeut Esther Perel, die het scherp samenvat: we vragen van één persoon wat vroeger een heel dorp leverde. Beste vriend, hartstochtelijke minnaar, mede-opvoeder, intellectuele gelijke, therapeut, medeavonturier. Geen wonder dat het deksel soms rammelt.

Ik denk dat hier wel een kern van waarheid in zit en dat we te veel zoeken bij die ene persoon, die dat allemaal nooit in zichzelf verenigd kan hebben. Jouw teleurstelling zal bij hem voelen als falen, en andersom, terwijl het uitgangspunt niet eerlijk is. En dan mijn eigen vraag van hierboven: hoe gaat het eigenlijk bij de buren? Antropoloog George Murdock legde een atlas aan van honderden samenlevingen, en daaruit blijkt dat ruim tachtig procent ervan enige vorm van polygynie toestond. Uiteraard hoofdzakelijk mannen die meerdere vrouwen erop na hielden. Strikte monogamie kwam op papier bij nog geen procent voor. In de praktijk lag het anders: zelfs ín die samenlevingen was slechts zo'n veertien procent van de mannen daadwerkelijk met meerdere vrouwen getrouwd. De overgrote meerderheid van de huwelijken bleek 'gewoon' monogaam. De grote uitspattingen bevonden zich bovenin, bij de elite. Hoe machtiger en despotischer het bewind, hoe meer vrouwen deze elite erop na hield. Het 'gewone' volk was over het algemeen monogaam. Ach ja, zo zie je maar weer. Als je je druk moet maken over eten, over een dak boven het hoofd, dan heb je toch geen tijd en energie om er meer relaties op na te houden? Eén is al ingewikkeld genoeg dan, vooral als gelijkwaardigheid er deel van uitmaakt. En in de natuur? Van de pakweg vierduizend zoogdiersoorten leeft slechts drie tot vijf procent in enige vorm monogaam. Wij horen dus bij een klein clubje, maar we zijn er niet uniek in.

En wat betreft de monogamie in onze moderne tijd: ja, daar laat ik jullie zelf gedachten over vormen. Tegenwoordig zijn er volledige netwerken die romantiek buiten het huwelijk faciliteren, en het feit dat dit zulke grote aantallen mensen trekt, geeft aan hoezeer de behoefte er is. Of het niet een zoektocht is naar meer van hetzelfde, dat kun je je afvragen. Ik heb de antwoorden daarop niet. Wat ik wel weet, is dat mijn leven meer kleur ging krijgen, los van wat mijn partner wel of niet met mij deed (zowel in de vorm van tijdsbesteding als tussen de lakens), toen ik de ruimte en tijd nam om mijzelf ten volle te mogen zijn, met in mijn geval al de gekke, creatieve, fantasievolle uitspattingen die daarbij horen. Ik heb (op aanraden van een coach) de 'ik' die zo serieus is een naam gegeven, Laura, en als ik in mijn hoofd de lat weer eens te hoog leg voor mijzelf en alle anderen om me heen, dan zeg ik: 'Laura, nu even een tandje eraf. Al je gedachten zijn niet per se waar en hoeven ook niet direct waar te worden. Blijf in het hier en nu.' Ach ja, mijn lieve Laura gelooft in de sprookjes die ze gelezen heeft, en dat koester ik. Ze mag dromen. En soms slaat ze op hol. Gelukkig ben ik er dan ook nog. En misschien is dat meteen het antwoord op mijn een en een is drie: die derde ontstaat niet door twee halven aan elkaar te leggen, maar pas als we allebei al heel zijn.

Volgende
Volgende

GEDULD