het eeuwige reizen

Een extreem winterse dag blijkt dé dag te zijn. Hij zag het al een poos aankomen, wist dat hij op het punt stond weer verder te reizen. Hij verlangde naar die plek, onderweg, waar het voelt als thuis en hij zichzelf veel beter begrijpt dan hier. Waar 'hier' is, wordt met het verstrijken van de jaren steeds onduidelijker voor hem. Toen hij hier net aankwam ook, maar toen was het een andersoortige onduidelijkheid. Een zoekende... onderzoekende onduidelijkheid. Nu, in de winter van zijn leven, is het onduidelijke karakter omvattender, beduidender... Het zoeken heeft een einde gevonden. De onduidelijkheid is een feit gebleken dat steeds andere gedaanten aannam. Hij voelt zich er niet machteloos onder, eerder berustend. Zo is het hier op deze plek nu eenmaal en al die jaren hebben daar niets aan kunnen veranderen.

(…) Hij glimlacht in zichzelf. Wat heeft het (onder)zoeken hem in bijzondere situaties gebracht? Mijmerend gaat hij in herinnering terug en pakt hier en daar een klein stukje van de ervaring beet. Hij kijkt er van alle kanten naar. Dat vermogen heeft hij nu hij ouder is. Hij kan als het ware zijn slowmotion-superkracht inzetten en zo de eindeloze tijd nemen om ieder aspect ervan te zien vanuit zijn doorleefde perspectief. Wat heb ik me toch vaak opgewonden om niets, bedenkt hij smalend. Maar wat kon de opwinding me ook weer vooruitduwen, een volgend avontuur in. Als ik toen al had berust, had ik een hoop gemist. Een grote glimlach met een set schotscheve tanden komt bloot te liggen. Voor geen goud. Dat is wat er in hem opkomt nu hij zich klaarmaakt voor de reis. Niet één enkele had hij willen missen. Hij koestert zelfs de meest uitputtende, verdrietige en uitdagende momenten, als edelstenen ingelegd in zijn nieuwe reiskoffer om voor altijd bij zich te houden.

Black Hole

De nieuwe bestemming roept naar hem. Hij heeft niet veel tijd meer. Wat valt er nog te doen hier... De boel netjes achterlaten? Daar heeft hij geen tijd meer voor, realiseert hij zich en kijkt ietwat onzeker om zich heen. Zo'n grote puinhoop is het toch ook weer niet? Nee, dat kan prima zo, bedenkt hij dan resoluut en kijkt nog een keer achterom. Oh, wat onhandig van hem – hij vergeet bijna afscheid te nemen van de mensen die hem het meest hebben uitgedaagd, hebben laten voelen en groeien. De mensen die hem hebben aangemoedigd tijdens het zoeken en met hem meegezocht hebben. Ze zijn tevens de mensen geweest waar hij het hardst mee heeft gelachen en gehuild. Hij kan toch niet zonder een enkel woord tegen hen opstappen?

Hij kijkt weer achterom en ziet hem dan ineens daar staan, in de deuropening, de opening waardoor hij weg zou gaan. Hij is precies de persoon die hij wilde zien, ook al heeft hij amper nog woorden tot zijn beschikking. Het voelt alsof er genoeg gesproken is. Bovendien laat hij een stuk van zichzelf achter bij de man die hij in deze onduidelijke wereld zijn zoon noemt. Het stuk dat de meeste liefde bevat, heeft hij aan hem geschonken om bij hem te houden. Zo kunnen ze altijd contact houden. Hij voelt dat dit zo is, maar begrijpt aan de blik in zijn ogen dat zijn jongen dit niet beseft. Dat komt vast wel met de tijd.

'Het is goed zo, jongen...', zegt hij zacht.

'Ik hou van je, pa', krijgt hij terug.

'Dat weet ik toch', weet hij nog uit te brengen.

En dan is het echt tijd. Hij omhelst het moment, de liefde, maar ook het vooruitzicht. Hij voelt in iedere cel van het lichaam dat dit bijzonder gaat worden, dat hij toe is aan reizen en dat het deel van zichzelf dat hier bij hem blijft hen altijd zal verbinden. Hij hoeft niet bang te zijn en is het dus ook niet. Hij strekt zijn vleugels uit en laat zich vallen...

Vorige
Vorige

little prins

Volgende
Volgende

Rob dupper